Hoe permacultuur onze wereld kan redden | Wetenschap | de Volkskrant

Source: De Volkskrant

Mark Shepard: `Elk jaar maïs of tarwe, dus ploegen, zaaien, maaien, oogsten: een ecologische misdaad.'

Mark Shepard: `Elk jaar maïs of tarwe, dus ploegen, zaaien, maaien, oogsten: een ecologische misdaad.’ © Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Hoe permacultuur onze wereld kan redden

’45 procent van landbouwgrond is vernield voor ons eten’

REPORTAGE – We verknoeien 45 procent van de landbouwgrond in de wereld, alleen voor ons eten. Maar die monocultuur is echt niet nodig, zegt Mark Shepard. Zijn alternatief: de permacultuur.

‘Er zijn niet veel boeren die dit zouden herkennen als een akker’, zegt Mark Shepard in een veld waar het onkruid tot heuphoogte staat. Toch is het dat. Wie beter kijkt, ziet tussen het onkruid fruitbomen en struiken opduiken: peren, appels, bessen. Ze doen het prima. Sterker: sommige bomen groeien zelfs beter dankzij het onkruid, zegt Shepard. ‘Ik heb gemerkt dat hazelnoot het goed doet tussen distels.’

We leven volgens Shepard in een ‘messed up world’

Voedselbos Ketelbroek bij Groesbeek is ingericht volgens de principes van de permacultuur, een manier van landbouw die de natuur als voorbeeld neemt. Gebaseerd op vaste planten, bomen en struiken die in onderlinge samenhang groeien. Daardoor ontstaat een vitaal ecosysteem dat voedsel oplevert zonder dat het kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig heeft.

De Amerikaan Shepard (52) geldt als een van de gangmakers van de jonge permacultuurbeweging. Hij schreef Restoration Agriculture (vertaald als Herstellende Landbouw), een bestseller in de Verenigde Staten. Deze week is hij in Nederland voor een reeks lezingen en workshops. Zaterdag spreekt hij op het congres Van Akker naar Bos op hogeschool Larenstein in Velp.

Tussendoor bezocht Shepard Ketelbroek, Nederlands eerste voedselbos. Wouter van Eck en Pieter Jansen kochten hier vijf jaar geleden een maïsakker van 2,4 hectare en vormden die om tot een ecologische lusthof met tweehonderd soorten planten: vruchten- en notenbomen, bessenstruiken, bladplanten, wortelen en knollen – alle planten op Ketelbroek leveren iets eetbaars op.

Kiwi

Het terrein is opgebouwd in lagen, laat Van Eck zien. Gewassen die veel zon nodig hebben – amandelen, perziken, vijgen – staan in het midden. Hoge walnoten- en kastanjebomen geven beschutting. In hun schaduw groeien gewassen die slecht tegen de zon kunnen. Tegen de boomstammen slingeren klimplanten als kiwi omhoog.

Shepard knikt. Maar het kan beter. Wat Ketelbroek in het klein is, heeft hij thuis in Wisconsin in het groot: een 45 hectare grote permacultuurboerderij. Als voorbeeld voor de toekomst. Want er moet wat gebeuren, zegt hij.

Overal worden bossen aangeplant om de CO2-uitstoot te compenseren. Zou het niet mooi zijn als die bossen ook voedsel opleveren?

We leven volgens Shepard in een ‘messed up world’. Meer dan 40 procent van de maïsoogst in de VS gaat naar veevoer, nog eens 40 procent naar biobrandstof of industriële verwerking. Slechts een miniem deel wordt direct gegeten. Tegelijkertijd lijden 800 miljoen mensen op de wereld honger.

Het kwaad schuilt in onze landbouwmethoden, zegt Shepard. Onze voedselvoorziening is gebaseerd op eenjarige gewassen als maïs, graan, rijst, tarwe en peulvruchten. Daarvoor moeten boeren elk jaar opnieuw ploegen, zaaien, maaien en oogsten.

‘Een ecologische misdaad’, aldus Shepard, omdat jaar in jaar uit voeding aan de bodem wordt onttrokken. De bodemvruchtbaarheid loopt terug, de grond raakt uitgeput en kan alleen nog met kunstmest worden opgepept. ’45 procent van de landbouwgrond in de wereld is vernield voor ons eten.’

Permacultuur

Shepard zet daar de permacultuur tegenover: vaste planten in plaats van eenjarige gewassen en diversiteit in plaats van monocultuur. Op zijn ‘voedselsavanne’ staan rijen asperges tussen de walnotenbomen. Kastanjes geven de pompoenen beschutting. Onder de bomen groeien bessen en hazelaars.

De beplanting is opgezet in lagen. ‘Zo vang je drie tot zeven keer zo veel zon als op platte akkers.’ Koeien en schapen houden het gras kort, kippen pikken insecten weg. Werk heeft hij er nauwelijks aan. ‘STUN is ons motto: Sheer Total Utter Neglect.’ Het systeem onderhoudt zichzelf. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt hij niet. ‘We hebben ze gewoon niet nodig.’

Klinkt fantastisch, beaamt Ken Giller, hoogleraar plantaardige productiesystemen aan Wageningen Universiteit. Maar hij ziet nog niet hoe permacultuur op grote schaal kan worden toegepast. ‘Als je met een trekker door een voedselbos moet, zit je zo tegen een boom aan.’ En, zegt hij: hoe gaan we in zo’n systeem basisgewassen als graan, maïs en soja telen? ‘Van noten en fruit alleen kunnen we niet leven.’

Dat is de uitdaging, zegt Shepard. ‘De bedoeling is juist iets op te zetten dat ook in basisvoedsel kan voorzien. Dat is vooral een kwestie van ontwerp. We kunnen een systeem zo inrichten dat je er ook met machines op kunt.’ Voor grootschalige verwerking zijn samenwerkingsverbanden nodig.

Het vraagt wel een andere manier van denken. ‘Overal worden bossen aangeplant om de CO2-uitstoot te compenseren. Zou het niet mooi zijn als die bossen ook voedsel opleveren?’

Advertisements