Noam Chomsky: “We staan op de rand van de vernietiging van de mensheid.”

Source: Vrij Nederland  (Blendle)

Noam Chomsky | Luis in de pels

Interview

‘Eerst maken we alles kapot en dan gaan we zitten jammeren’

Hij heeft nog steeds dezelfde idealen en hij maakt zich nog steeds even druk. De wereldberoemde taalkundige, politiek activist en filosoof Noam Chomsky is nu 87 en weet van geen ophouden. ‘We staan op de rand van de vernietiging van de mensheid. Zolang mensen dat niet inzien, doet niets anders er nog echt toe.’

TEKST MIRTHE BERENTSEN

Een gesprek met Avram Noam Chomsky is als het lezen van een boek. De wereld­beroemde taalkundige, politiek activist en ­filosoof spreekt in voetnoten en paginanummers. Langzaam en monotoon praat hij werelden en tijden aan elkaar. Chomsky kwam er pas een paar jaar geleden achter dat zijn geheugen anders werkt dan bij de meeste mensen: hij onthoudt geen gezichten, maar wel alles wat hij heeft gelezen. Tijdens ons gesprek aarzelt hij één keer: ‘Zou je me alsjeblieft willen mailen als blijkt dat het toch op een andere pagina staat?’

Dat staat het niet. Alles wat hij tijdens ons gesprek zegt, klopt feitelijk: jaartallen, namen, referenties, citaten en paginanummers. De encyclopedische hoeveelheid informatie, zijn vermogen om die eloquent te vertalen naar argumenten en onderlinge verbanden te leggen naar het heden en verleden maken het lastig om het niet met hem eens te zijn.

Zowel Chomsky’s politieke als zijn taalkundige ideeën konden vanaf het eerste moment rekenen op bijval, maar ook op verzet. Sinds Syntactic Structures in 1957 verscheen bij de Haagse ­uitgeverij Mouton (zie kader) is Chomsky voortdurend aanwezig geweest in zowel het wetenschappelijke als het maatschappelijke debat. Zijn linguïstische werk in de jaren vijftig betekende een revolutie op het gebied van de taalkunde: hij ziet taal als een uniek menselijke en cognitieve capaciteit. De grammaticaregels die hij schreef, algoritmen waarmee je een oneindig aantal zinnen kan vormen, zijn zo precies dat ze lijken op wiskundige axioma’s.

Taal evolueert niet

Noam Chomsky deed veel onderzoek naar taalontwikkeling bij kinderen en de ontwikkeling van taal, en daarover gaat ook zijn nieuwste boek Why Only Us. Daarin onderzoekt hij samen met computerwetenschapper Robert Berwick het ontstaan van taal, zo’n 75.000 jaar geleden, en de biolinguïstische achtergrond ervan. Volgens Chomsky bestaat er geen evolutie van taal en is taal ontstaan om interne gedachten te kunnen uiten: ‘Taal evolueert niet. Nederlands is niet geëvolueerd uit het Hochdeutsch, bijvoorbeeld, het is veranderd maar niet geëvolueerd. Wat er wel verandert, is de capaciteit van taal.’ Zijn hypothese is dat mensen beschikken over een aangeboren universele grammatica die als een soort taalorgaan zorgt voor talige kennis. ‘Een pasgeboren baby selecteert automatisch de geluiden in zijn omgeving; zo filtert hij de geluiden die horen bij taal en van daaruit ontwikkelt het kind een taalgevoel. Als je een chimpansee neemt, die ongeveer hetzelfde gehoorsysteem heeft als de mens, en je zet hem in dezelfde omgeving neer, dan hoort dat dier alleen lawaai. Of het is een wonder, of het is een genetisch verschil tussen onze hersenen en de hersenen van apen.’

Chomsky gebruikte ditzelfde argument in 1978: ‘Hoe zouden apen ons iets duidelijk kunnen maken over de ontwikkeling van de menselijke taal? Stel dat het waar is dat apen de capaciteiten hebben om een taal te leren, dan zou dat toch een biologisch wonder mogen heten.’ Hij zei het tijdens een interview met Max Pam en Hugo Brandt Corstius voor Vrij Nederland toen hij in Nederland was voor de Huizinga-lezing. Chomsky lacht als hij nu een print van het betreffende interview ziet: ‘Ik zie er een stukje jonger uit.’ Nu, bijna veertig jaar later, lijkt het grootste gedeelte van zijn opvattingen en argumenten over taal en politiek onaangetast. ‘Ik heb nog steeds dezelfde idealen die ik had als tiener.’

Artificiële Intelligentie

Chomsky gaat ervan uit dat creativiteit een belangrijk element is voor alle vormen van menselijk gedrag. ‘De onbeperkte hoeveelheid aan talige, creatieve mogelijkheden en combinaties in ons hoofd die gekoppeld zijn aan geluiden en semantische betekenissen zijn een unicum in de natuur. Toen in de jaren veertig en vijftig dit soort theorieën verder ontwikkeld werden binnen de wiskunde en de computerwetenschappen, viel dat voor mij allemaal samen.’

Chomsky heeft zijn hele leven op het Massachusetts Institute of Technology (MIT) gewerkt, waar Tim Berners-Lee samen met CERN in 1989 het World Wide Web uitvond en de computerwetenschapper John McCarthy in 1956 de term Artificial Intelligence (AI) introduceerde. Een begrip dat van grote invloed zou zijn op Chomsky’s werk. Zijn carrière loopt vrijwel parallel aan de ontwikkeling van computers en AI: ‘De mogelijkheden zijn enorm, ik heb veel van mijn onderzoek te danken aan de mogelijkheden tot het verzamelen en verwerken van data.’ Maar volgens Chomsky is er ook een debat nodig over AI. Het gevaar is volgens hem dat menselijk begrip niet meer nodig is voor het doen van voorspellingen en het geven van oordelen. ‘Als AI bijvoorbeeld gebruikt wordt voor oorlogsvoering, kan dat desastreuze gevolgen hebben voor de mensheid.’

Trump of Wilders

In het interview uit 1978 gaat het over de Vietnam-oorlog en de speech van de toenmalige president Lyndon B. Johnson waarin hij zei: ‘Wij zijn met tweehonderd miljoen en zij met drieduizend miljoen. Als wij niet opkomen voor onszelf, nemen ze ons alles af wat wij hebben.’ Angst krijgt nieuwe impulsen, zei Chomsky toen.

‘Elke keer als ik in die tijd een lezing hield,’ zegt hij nu, ‘stond er steevast iemand op die zei: “Maar meneer Chomsky, begrijpt u dan niet dat als wij ze niet stoppen in Vietnam, ze hier morgen voor onze deur staan.” Dat werd letterlijk gezegd. Dat is het werkelijke bewustzijnsniveau van de gemiddelde Amerikaan. Als je eens bedenkt wat dat betekent…’ Hij glimlacht vermoeid. ‘Johnson was erg geliefd, hij gaf een stem aan het gevoel dat een heleboel mensen in die tijd hadden. We moesten ze daar stoppen en daar houden, voordat ze ons volledig zouden overnemen, en dat idee bestaat nog steeds. Het is dezelfde retoriek

die je nu weer hoort van politici als Trump, of Wilders bij jullie. De Mexicanen komen ons overspoelen, de moslims, de vluchtelingen; ze komen alles van ons afnemen wat ons dierbaar is. Maar wie zijn zij? Het is haast grotesk hoe de last wordt gezien vanuit Europa en Amerika. Vooral als je nagaat hoeveel verantwoordelijkheid er ligt bij zowel Europa als Amerika voor het destabiliseren van de regio.’ Chomsky haalt talloze voorbeelden aan: de voorlopig utopische muur van Trump, de muur van Macedonië, van Hongarije, de Eerste Wereldoorlog, Libanon, het sluiten van de grenzen tussen Turkije en Syrië. ‘Deze crisis zit er al heel lang aan te komen. Als je alleen al kijkt naar de recente geschiedenis en de vernietiging van Libië in 2011 door de NAVO, dan is dat een van de grootste oorzaken voor de vluchtelingenstroom. Toen we Irak binnenvielen en drone-aanvallen gingen uitvoeren, is het aantal terroristische aanslagen in het eerste jaar verzevenvoudigd.’

Chomsky waarschuwt al jaren voor de gevaren van artificiële-intelligentiewapens voor massavernietiging en wijst daarbij op het risico van een nucleaire oorlog als wapens autonoom kunnen handelen, zonder de tussenkomst van mensen. ‘Het uitvoeren van drone-aanvallen, bijvoorbeeld, maakt sneller terroristen dan dat het verdachten vermoordt. Toen de War on Terror begon in 2001, vormden dit soort terroristen een kleine splintergroep in afgelegen gebieden van Afghanistan. Nu, vijftien jaar later, verspreiden jihadi’s en wapens zich met het grootste gemak over de hele wereld. Eerst maken we alles kapot en daarna gaan we zitten jammeren hoe we in hemelsnaam om moeten gaan met de consequenties. Neem een Europees land dat nu grote problemen heeft met vluchtelingen, bijvoorbeeld België. In Congo vinden op dit moment de grootste gruwelijkheden plaats, en dat komt mede door de koloniale geschiedenis met België. Toen Congo net bevrijd was, hadden ze een veelbelovende nieuwe premier, Patrice Lumumba, die door de Belgen is vermoord.’

De nuance lijkt in het betoog van Chomsky soms van ondergeschikt belang aan het punt dat hij wil maken. Als je hem vraagt naar de rol van Kissinger en het Congolese leger, gaat hij daar niet op in, hij gaat door op de verschijnselen eromheen. Dat is het ingewikkelde van een gesprek met Chomsky: elke kritische vraag heeft hij zichzelf al gesteld, elk tegenargument heeft hij voor zichzelf al weerlegd. Dat, gecombineerd met zijn enorme hoeveelheid parate kennis, maakt het haast onmogelijk om met hem te debatteren. ‘De CIA had de opdracht om Lumumba om te leggen, maar de Belgen waren er eerst. En zij gaven toen de voorkeur aan een moordende en stelende man die het land kapot gemaakt heeft en nu heb je miljoenen mensen die vermoord worden in Congo en vluchten naar Europa. Kijk ook naar de redenen waarom jongens en meisjes uit Nederland, uit Parijs, uit het Westen zich aansluiten bij jihadi’s. Handel aan de hand van de feiten. Dat is niet zo spannend als het gooien van bommen, maar dat moet je doen. Tenzij je het ingeslagen beleid wilt voortzetten, waarin je eerst alles kapotbombardeert en dan weer weggaat. Dat zie je nu ook gebeuren in Syrië.’

‘We worden geconfronteerd met de meest gevaarlijke en complexe tijd in de hele geschiedenis.’

Dit soort argumenten maakt Noam Chomsky zowel geliefd als gehaat. Tegenstanders wijzen op de dwingende, inconsequente en simplistische argumenten die hij gebruikt om de wereld te overtuigen van zijn gelijk, zonder oplossingen aan te dragen. Terwijl bewonderaars juist wijzen op zijn volhardendheid, consequente argumenten en strijd tegen ongelijkheid, terwijl de rest van de linkse elite in slaap is gesukkeld en haar idealen heeft ingeruild voor comfort.

Met elk nieuw boek en elke nieuwe theorie verliest Chomsky volgelingen en krijgt hij er nieuwe aanhangers bij. Omdat zijn gedachtengoed niet alleen tot de wetenschap maar ook tot het publieke domein behoort, is zijn ideologie bovenal gekoppeld aan de mens Chomsky. Chomsky is de luis in de pels.

Salonfähig

Heeft zijn linguïstische reputatie ervoor gezorgd dat hij zoveel aandacht krijgt voor zijn politieke werk? ‘Nee,’ zegt Chomsky, ‘dat betwijfel ik ten zeerste. Je moet goed begrijpen hoe ver mijn werk eigenlijk reikt en hoe weinig geliefd ik in Amerika ben door mijn kritische houding. The New York Times, de zogenaamd beste krant in de wereld, heeft een syndicaat dat artikelen en opinieartikelen aanbiedt aan de belangrijkste media in Amerika en een groot deel van de westerse wereld. Ik heb meer dan honderd opinieartikelen voor ze geschreven, en geen enkele daarvan kan gepubliceerd worden in de Verenigde Staten. Af en toe verschijnt er een stuk van mij in een Engelse krant of op een blog. Het gedrag van journalisten, maar ook van politici en directeuren is precies wat je van ze kan verwachten. Machthebbers hebben belang bij een ongeïnformeerd electoraat dat irrationele keuzes maakt die vaak tegen hun eigen belangen ingaan. Een goedgeïnformeerd publiek is een gevaar voor de huidige oligopolie.’

Na 9/11 groeide Chomsky uit tot een cultheld en werd zijn gedachtengoed weer salonfähig. ‘Ik denk dat dat echt helemaal niets te maken heeft met mij. Ik ben geen charismatische spreker. Critici zeggen dat ook steeds, dat ik een heel saaie spreker ben, en dat is waar, denk ik. Het is omdat mensen iets willen horen dat buiten het kader valt van de zichzelf tegensprekende gekte van de heersende opinie die leidt tot een scherpe verdeling en wellicht zelfs breuk in de maatschappij. Daardoor heb je aan de ene kant het fenomeen Sanders en aan de andere kant iemand als Trump. Dat zie je ook in Europa ontstaan.’

Kijk naar Assange

In het interview uit 1978 zei Chomsky dat de VS de enige democratie is waar geen socialistische partij is en waar in het hele systeem van informatie zelfs geen socialistische commentator te vinden is. ‘Er bestaat hier geen traditie van radicale intellectuelen die tegen de ontwikkelingen ageren. De ideologie van de intelligentsia is het pragmatisme.’ In 1978 was de Amerikaanse angst voor het communisme nog sterk aanwezig. ‘Maar kijk bijvoorbeeld naar de intellectuelen tijdens de Eerste Wereldoorlog, zowel bij de Duitsers als bij de Fransen, Amerikanen en Engelsen: het waren allemaal gepassioneerde voorstanders van de oorlog. Er waren een paar uitgesproken tegenstanders en die zaten

allemaal in de gevangenis, zoals Bertrand Russell, Rosa Luxemburg en Eugene Debs. Dat is de geschiedenis van intellectuelen. Je ziet het nu weer gebeuren bij degenen die kritisch zijn ten opzichte van het regime: ze worden zwartgemaakt en vastgehouden. Kijk naar Assange, naar Snowden.’Er is behoefte aan politieke verandering in Amerika, dat laten de twee uitersten van het spectrum in de verkiezingsstrijd zien. Onder de linkse, jonge middenklasse stemmers, zeg maar het Occupy Wall Street-publiek, overheerst de teleurstelling in de Democraten, en nu de angst voor socialisten en communisten langzaam naar de achtergrond verdwijnt, is er plotseling ruimte voor iemand als Bernie Sanders, die zich openlijk socialist noemt – en voor het gedachtengoed van Chomsky. ‘Ik zie het zelf ook,’ zegt Chomsky, ‘als ik ergens een lezing geef, komen er duizenden jonge mensen.’

Terwijl Chomsky zich openlijk achter Sanders heeft geschaard, benadrukt hij het belang van een Democraat in het Witte Huis. ‘Sanders heeft de beste politieke agenda al ben ik het lang niet met alles eens, maar als ik in een swing state zou wonen, zou ik absoluut op Clinton stemmen. Het belangrijkste is dat we een Democratische president hebben.’

Extremisme

Chomsky’s ideologische benadering van de media en publieke opinie lijkt gebaseerd op het oude marxistische idee van een vals bewustzijn: het idee dat mensen misleid zijn door de propaganda van hun leiders die bestaande tegenstellingen in stand willen houden, en wakker zouden moeten worden gemaakt uit hun slaapstand om de wereld te kunnen zien zoals die echt is. Zelf is Chomsky niet zo bezig met dit soort termen. ‘Of ik nu anti-Amerikaans of een marxist word genoemd, who cares, ik ga gewoon door en doe mijn werk.’ Zo schrijft hij in Necessary Illusions (1989) dat hij graag zou zien dat ‘de burgers van een democratische maatschappij een cursus intellectuele zelfverdediging zouden volgen om zichzelf zo te kunnen beschermen tegen manipulatie en controle om zo de basis te leggen voor een betekenisvolle democratie.’ ‘Op dit moment wordt Sanders beschouwd als een uiterst linkse politicus, maar hij is eigenlijk vooral een new dealer. Zijn beleid en politiek verschillen eigenlijk helemaal niet zo veel van de Republikeinse oud-president Eisenhower. Het is een voorbeeld van het extremisme binnen de Amerikaanse politiek; je hebt het hek om Mexico van Trump en dan is er Sanders die zegt dat iedereen een zorgverzekering moet hebben. Zorgverzekeringen, dat is iets wat zoveel landen ter wereld hebben, maar dat wordt hier beschouwd als een vorm van extremisme. Het geeft aan hoe ver de media en het hele spectrum van de gerespecteerde publieke opinie zijn overgeheld naar rechts. Dat is absoluut niet anders in Europa.’

‘Waarom maakt de 87-jarige linguïst zich eigenlijk nog steeds zo druk? Waarom gaat hij niet rusten op zijn overvloedige lauweren, spelen met zijn kleinkinderen of met zijn nieuwe vrouw genieten van jaren die hem nog resten? Noam Chomsky buigt naar voren en kantelt met samengeknepen ogen zijn hoofd: ‘Praat iets harder, alsjeblieft.’ Nu ik de vraag op hoog volume opnieuw moet uitspreken, geneer ik me. Omdat ik een man heb ontmoet die zijn kennis inzet om een zo groot mogelijk publiek bewust te maken van politieke en sociale structuren. Omdat hij erin gelooft dat bewustwording de sleutel is tot verandering; niet om zijn eigen gelijk te behalen, maar om een verandering in het morele klimaat te introduceren. Omdat ik gedrevenheid, honger naar kennis en idealen koppel aan de jeugd.

‘Okay, let’s go!’ zegt Chomsky die mijn aarzeling ziet. ‘Wat was je vraag?’ Ik waag het erop.

‘Oké,’ zegt Chomsky, ‘dit moet ik goed uitleggen. Als de wereld er niet zou zijn, dan zou ik het prima vinden om alleen linguïstiek onderzoek te doen en de filosofie te bestuderen. Intellectueel is dat veel interessanter. Maar het politieke werk is zo belangrijk. De zogenaamde “theorieën” in de sociale wetenschappen zijn extreem oppervlakkig, niet omdat de mensen die eraan werken incompetent zijn, maar omdat het te ingewikkeld is om verstrekkende theorieën te ontwikkelen over menselijke relaties, interacties en het effect van wil en keuze. Ik geloof, en ik denk niet dat veel mensen dit met me eens zullen zijn, dat de belangrijkste dingen die in de wereld gebeuren eigenlijk heel eenvoudig zijn. Kijk naar mijn vriend daar.’ Hij wijst naar een kast met daarop een groot portret van Bertrand Russell, waarop een quote gedrukt staat: Three passions, simple but overwhelmingly strong, have governed my life: the longing for love, the search for knowledge, and unbearable pity for the suffering of mankind. Op de kast is een soort altaar ingericht, waar behalve Russell een popje van zijn kleinkind op staat, een lijstje met een foto van de Indiase dichter en Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore en een portret van zijn vrouw Carol, die in 2008 overleed, en die Chomsky kende sinds zijn peutertijd. ‘In de jaren vijftig was Russell aan het demonstreren tegen atoomwapens toen een journalist hem vroeg: waarom ben je hier op straat, en ben je niet op de universiteit met je filosofie bezig? Zijn antwoord was heel simpel: “Als we niet duidelijk maken dat die wapens moeten stoppen, dan is er straks niemand meer om mijn filosofische werken te lezen.” Dat is eigenlijk het hele punt. De mens wordt nu geconfronteerd met de meest gevaarlijke en complexe tijd in zijn hele eigen geschiedenis. We staan op de rand van de vernietiging van de mensheid. Zolang mensen dat niet inzien, doet niets anders er nog echt toe. Als ik het niet doe, wie doet het dan wel?’

Op 10 maart verschijnt bij MIT Press ‘Why only us – Language and Evolution’ van Robert Berwick en Noam Chomsky. ‘Who Rules the World?’ wordt in september verwacht bij Random House. Op 6 april organiseert de Rode Hoed samen met het John Adams Institute een speciale presentatie van ‘Requiem for the American Dream’ (2015), waarin Chomsky ingaat op de teloorgang van de Amerikaanse droom. Vanaf 1 mei is deze documentaire in Nederland op Netflix te zien.

Algoritmische regels

Chomsky’s in 1957 verschenen Syntactic Structures betekende een revolutie in de taalkunde en een breuk met het voorgaande structuralistische paradigma. ‘Ik kreeg mijn werk niet gepubliceerd in Amerika en de Haagse uitgeverij Mouton wilde het uitgeven,’ zegt Chomsky, ‘al gaven ze in die tijd eerlijk gezegd alles uit. Nederland was toen een arm land, zo net na de oorlog.’ Chomsky ziet taal als een stelsel van algoritmische regels die samen definiëren welke combinaties van woorden in staat zijn om grammaticale en welgevormde zinnen te vormen. Sinds de verschijning van Syntactic Structures zijn er steeds andere formele modellen van grammatica ontwikkeld, van zowel voor- als tegenstanders van Chomksy’s theorieën. Veel van deze modellen benaderen de grammatica nog steeds als een formeel stelsel van regels met een algoritmisch karakter.

 

Source: Vrij Nederland  (Blendle)

Advertisements