​De opkomst en ondergang van suiker: samenzweringen in de voedingsindustrie | Motherboard

Bron: Motherboard

De opkomst en ondergang van suiker: samenzweringen in de voedingsindustrie

14 September 2016 // 10:18 AM CET

Dit is het eerste deel van onze nieuwe serie over de opkomst en ondergang van suiker, en hoe we suiker in de toekomst op allerlei slimme manieren kunnen gaan vervangen.

Brazzeïne, een zoetstof op basis van proteïne, is al een tijdje bekend in de wetenschap: in 1994 slaagden scheikundigen voor het eerst erin de stof te isoleren uit de Oubli-vrucht. Brazzeïne smaakt 2.000 keer zoeter dan suiker, heeft weinig calorieën, is veilig te gebruiken door diabetici, goed oplosbaar in water en heeft niet de bittere smaak die andere zoetstoffen (zoals aspartaam of stevia) wel vaak hebben – kortom: topspul, kennelijk.

Ondanks al deze fantastische eigenschappen is de kans groot dat je nog nooit van brazzeïne hebt gehoord in de afgelopen twintig jaar. Wetenschappers konden de stof namelijk niet op grote schaal produceren, waardoor het weinig interessant was voor de voedingsmiddelenindustrie. Hier kwam eind juli verandering in toen Koreaanse scheikundigen een manier vonden om 2,6 keer meer brazzeïne te produceren dan voorheen mogelijk was met hetzelfde organisme. (De publicatie van het onderzoek was onder embargo tot eind augustus).

Het veelbelovende brazzeïne is slechts de laatste smaakmaker in een enorme reeks pogingen om suiker te vervangen: vele kunstmatige zoetstoffen, natuurlijke zoetstoffen en andere zoetsmakende proteïnes (waaronder één uit diezelfde Oubli-vrucht) zijn de laatste decennia de revue gepasseerd.

Dit is geen toeval geweest: we worden met z’n allen steeds dikker, met als gevolg dat diabetes en hart- en vaatziekten vaker voorkomen dan ooit. Een zorgwekkende trend, die natuurlijk zo snel mogelijk moet worden afgeremd. Het lijkt er de laatste jaren steeds meer op dat suiker de veroorzaker is van al die narigheid – maar daarvoor werd lange tijd gedacht vetten de schuldige waren en suiker alleen slecht voor je tanden was.

In 1980 stelde de Amerikaanse overheid de eerste officiele Dietistische Richtlijnen op, met als doel mensen handvaten te geven voor een gezond voedingspatroon. In de richtlijnen werd opgeroepen vetten zoveel mogelijk te vermijden om zo “het risico op een hartaanval te verlagen.” Ook werd kort aandacht besteed aan suikers – niet vanwege de kans op overgewicht, maar omdat teveel suiker eten tandcariës kan veroorzaken.

“In tegenstelling tot een wijdverbreide opvatting, veroorzaakt veel suiker geen diabetes. … Ook is er geen overtuigend bewijs dat suiker hartaanvallen of vaatziekten veroorzaakt,” zo staat er in de richtlijnen van 1980 geschreven.

De Amerikaanse richtlijnen zetten wereldwijd de toon voor wat voortaan zou worden beschouwd als ‘goede voeding’ en in 1986 kwam Nederland met haar eigen versie, die niet veel afweek van de Amerikaanse voorschriften.

Beide richtlijnen worden om de zoveel tijd opnieuw uitgegeven om er zo voor te zorgen dat zij de laatste wetenschappelijke onderzoeken volgen. Helaas bestaat de wetenschap niet alleen uit eerlijke wetenschappers die onverwachte ontdekkingen doen. Zo speelt vooral in voedingskundig onderzoek geld bijvoorbeeld een enorme rol: de voedingsindustrie geeft miljoenen uit aan wetenschappelijke onderzoeken die hun producten in een positief daglicht zetten, en kan er in een handomdraai voor zorgen dat onderzoekers die het tegendeel beweren in de ban worden gedaan.

Een voedingswetenschapper die dit overkwam was John Yudkin. Hij trok in 1972 aan de bel en schreef een boek over de gevaarlijke gevolgen van suiker, getiteld ‘Pure, White and Deadly.’ In dit boek beschreef hij hoe suiker – en niet vet – het grootste gevaar vormt voor onze gezondheid, vanwege de rol die het speelt in het ontstaan van overgewicht en hart- en vaatziekten.

Dit boek schoot compleet in het verkeerde keelgat bij de voedingsmiddelenindustrie. Suiker is een enorm verslavend product en wordt daarom te pas en te onpas aan producten toegevoegd om verkoopcijfers te verhogen. Onder andere suikerhoudende frisdranken maakten rond die periode een enorme wereldwijde opmars en brachten veel geld in het laatje: na de Tweede Wereldoorlog was de massaproductie van deze frisdranken overgewaaid van Noord-Amerika naar Europa en steeg de populariteit enorm. (Onderhand drinkt de gemiddelde Nederlander maar liefst 93 liter frisdrank per persoon per jaar, waarmee we de zevende plek hebben bemachtigd op de lijst van hoogste frisdrankconsumptie per inwoner– niet iets om trots op te zijn.)

Een boek dat suiker ontmaskert als gevaar voor de internationale gezondheid paste natuurlijk totaal niet in de agenda van de (frisdranken)industrie. Daarom zouden zij samen met prominente voedingsdeskundigen ervoor hebben gezorgd dat het boek in de doofpot werd gestopt en de reputatie van Yudkin werd verwoest. Toevallig (?) kwamen precies toen ook de Amerikaanse richtlijnen uit, die Yudkin’s denkbeelden compleet wegwuifelden. Zijn carriere is dit nooit meer te boven gekomen en uiteindelijk stierf hij in 1995. (Het gehele, dramatische verhaal lees je hier.)

Coca Cola van 2010 tot en met 2015 maar liefst 132,8 miljoen dollar (!) uitgegeven aan ‘wetenschappelijke onderzoeken’ waaruit zou ‘blijken’ dat frisdrank toch niet zo slecht voor je is.

Sinds het laatste decennium bewijzen steeds meer wetenschappers dat suikers toch slechter is voor hart- en bloedvaten dan vetten. Om deze reden wint Yudkin’s boek nu eindelijk weer aan populariteit, na 40 jaar onder het stof te hebben gelegen.

Mocht dit verhaal je wat teveel rieken naar een vergezochte complottheorie, dan presenteer ik je graag het volgende:

Een van de argumenten die Yudkin aandraagt tegen suiker was dat het de triglyceridewaardes in het bloed zou verhogen, met als gevolg een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Rond 2008 laaide de algemene interesse in Yudkin’s werk weer op, en precies toen schreef wetenschapper Geoffrey Livesey een boek dat Yudkin’s argumentatie onderuit probeert te halen – om zo suiker in een positiever daglicht te zetten. Op de eerste pagina is te lezen dat Livesey dit onderzoek had gedaan in opdracht van een ‘speciale task force’ van het Internationale Instituut der Levenswetenschappen (ILSI Europe).

Wie de leden waren van deze task force? Onder andere Coca Cola, Groupe Danone, Kellog, Kraft Foods (eigenaar van o.a. Capri Sun) en Royal Cosun (een coöperatie waarvan naar eigen zeggen 9.000 suikerbietentelers lid zijn). Eh, oké …

Dat een wetenschappelijk onderzoek in opdracht wordt gedaan van of gefinancierd wordt door grote bedrijven (die baat hebben bij een bepaalde uitkomst) hoeft natuurlijk niet per se te betekenen dat de bevindingen niet kloppen, maar het zet je toch aan het denken over de integriteit van de wetenschapper.

Livesey is zeker niet de enige wetenschapper die een opdracht kreeg of gefinancierd werd door grote voedingsmerken (ook wel Big Food genoemd), maar dit is niet altijd publieke kennis en kan zo je beeld van een product enorm beinvloeden. Zo heeft Coca Cola van 2010 tot en met 2015 maar liefst 132,8 miljoen dollar (!) uitgegeven aan ‘wetenschappelijke onderzoeken’ waaruit zou ‘blijken’ dat frisdrank toch niet zo slecht voor je is. (Dat is het wel.)

Dit soort praktijken beginnen steeds zorgwekkendere proporties aan te nemen. Eind juli van dit jaar schreef Corporate Europe Observatory (COE, een organisatie die de geldstromen tussen bedrijven in de gaten houdt) een kritisch rapport over de ‘suikerlobby’. Want ondanks dat er vanuit de wetenschap nu steeds meer bewijs komt waaruit blijkt dat suiker echt slecht voor ons is, blijkt het vrijwel onmogelijk om gezondheidswetten op te stellen rondom de productie of inname van suiker. Volgens de COE voert de machtige suikerlobby dusdanig heftige acties uit waardoor Europese Unie geen kant op zou kunnen, en zo de strijd tegen hartziekten, zwaarlijvigheid en diabetes dreigt te verliezen.

De voedingsindustrie is echter niet de enige schuldige. “Politici laten zich er ogenschijnlijk toe verleiden om maar geen regelgeving door te voeren, omdat iemand van de voedingsindustrie ze vertelt dat dit niet goed uitkomt,” vertelt voedingswetenschapper Jaap Seidell aan de Volkskrant.

Het werd tijd dat deze dubieuze praktijken een keer publiekelijk aangekaart werden, maar of het rapport van de COE daadwerkelijk een verschil zal maken moet nog blijken. Tot nog toe is er in ieder geval steeds meer interesse gekomen in (natuurlijke) zoetstoffen, met name in stevia. Mogelijk zal ook brazzeïne, de veelbelovende zoete proteïne, populair worden nu het op grotere schaal kan worden geproduceerd en zo bijdragen aan de ondergang van suiker. Een Amerikaanse ondernemer zit er in ieder geval al bovenop (en zoekt nog een zakenpartner, mocht je geïnteresseerd zijn.)

Volgende week deel 2 in deze serie, over hoe we collectief verslaafd zijn geraakt en suiker en welk effect dat op onze gezondheid heeft.

Advertisements